Onlangs kreeg ik de schrik van mijn leven: een goede column gaat niet over IKEA… Wat nu? Ik wil allebei: en een goede column schrijven en over IKEA uitweiden.
Ik kan er niet om heen. Ik mòet er minstens één keer over schrijven, dus maar gelijk in het diepe.

Ik hou van IKEA. Zodra ik de winkel binnen stap en ik al die zorgvuldig ingerichte kamers zie, voorzien van allerlei handige snufjes, word ik gewoon blij. Ik mag in elke kamer kastjes open doen, ongegeneerd in laatjes snuffelen die mij vervolgens verrassen met onverwachte indelingen en moeiteloos dicht zoeven; alles perfect op elkaar afgestemd… wat een feest. Waarom werk ik niet hier, vroeg ik mij laatst af. Posters door de hele winkel heen nodigen me uit om te solliciteren, wat let me? Hele dagen en avonden, weekenden en feestdagen hier rond mogen lopen en er nog geld mee verdienen ook. Maar als gynaecologisch gespecialiseerde verpleegkundige valt er hier voor mij niet veel te doen.

Waar ik wel een hekel aan heb zijn de mensen die IKEA bezoeken. En met name kinderen zijn in dit soort winkels per definitie ongeleide projectielen. Ik kan het weten, ik heb er zelf 2. Die ook niet meer mee mogen. Ouders zoeken hun meubeltjes uit, kinderen springen op bedden, banken, klimmen op tafels en aanrechtbladen, schreeuwen dat ze uit hun Bob de Bouwer wagentje willen en halen de zorgvuldig ingerichte kamers volledig overhoop. De kinderen die veilig opgesloten zitten willen opgehaald worden uit het speelparadijds. (Niet doen! Niet doen!) Maar daar is inderdaad al genoeg over geschreven.

Nee, dan wij. (ja, soortgenoten en ik!) Wij gaan pas tegen sluitingstijd! Nog net op tijd om te zien hoe krijsend kroost, met Zweedse gehaktballetjes in hun haar en een patatje overdwars in  hun neus, in de houtgreep worden afgevoerd, te grote pakketten niet in de daarvoor speciaal gehuurde busjes passen, en het winkelpersoneel weer een ontspannen gezichtsuitdrukking krijgt.
We  kennen elkaar inmiddels van gezicht. Voelen ons verbonden maar met de nodige afstand want een bepaalde gêne hou je. Het is immers tamelijk fout om van IKEA te houden. Dus we maken subtiel oogcontact, trekken een wenkbrauw op (als in: hé, jij ook hier), een nauwelijks zichtbaar hoofdknikje en doen dan eerst een rondje. Trekken laatjes open, aaien over tafelbladen, zitten stilletjes op een bank te kijken naar een tv die het niet doet, kruipen stiekem onder een dekbed (liefst in een hoogslaper) en eindigen in het restaurant voor een gratis kopje koffie want: IKEA familiemember. Ultiem geluk.  

Mijn IKEA aanbidding heeft binnen mijn familie inmiddels het punt bereikt dat op verjaardagen het I-woord niet meer mag vallen. Dit naar aanleiding van het feit dat neven en nichten mij bij wijze van belediging tante IKEA gingen noemen en ik dit als groot compliment ervoer.

Toch moet er carrièretechnisch iets te bedenken zijn zodat ik hier kan werken. Waarom winkelen niet combineren met iets medisch? Zou het een idee kunnen zijn om kleine Zweedse behandelkamertjes te ontwerpen? Met van die handige grenen karretjes op wieltjes. Prettige onderzoeksbedden. Ergonomisch verantwoorde gynaecologische stoel..?
Dat is het! Even naar IKEA en gelijk een uitstrijkje laten maken. (Desgewenst mogen de gordijntjes dicht.)  Dat wordt een succes, let op mijn woorden. Binnenkort bij uw IKEA!
 


Comments

05/30/2012 21:30

good post

Reply
07/12/2012 08:26

Many thanks for info

Reply



Leave a Reply